Sla menu over en ga naar de inhoud
 

ISD Bollenstreek - Veel gestelde vragen over de Wmo

  • Wmo >
  • Veel gestelde vragen over de Wmo
-

Veel gestelde vragen over de Wmo

Vraag: Wie verstrekt indicaties voor de hulp bij het huishouden en de voorzieningen (bijvoorbeeld een rolstoel)?
Antwoord: Om hulp bij het huishouden of een voorziening te ontvangen, moet een indicatie worden afgegeven. Indicaties voor de Wmo (dus ook voor hulp bij het huishouden) worden in de meeste gevallen afgegeven door de gemeente (oftewel de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek). Wanneer de aanvraag gecompliceerd is of wanneer dit in het beleidwettelijk bepaald is, zal er gebruik gemaakt worden van een of meerdere onafhankelijke adviesinstanties. Aanvragen voor hulp bij het huishouden of voorzieningen kunnen ingediend worden bij het Zorgloket, het Wmo Adviescentrum of bij het Lokaal Loket  van uw gemeente.
 
 
Vraag: Wat moet ik doen wanneer ik het niet eens ben met het (indicatie)besluit?
Antwoord: Wanneer u het niet eens bent met uw indicatiebesluit, kunt u dit kenbaar maken bij de gemeente (ISD Bollenstreek). In een brief gericht aan het Dagelijks Bestuur van de ISD Bollenstreek geeft u aan waar u het niet mee eens bent, waarom u het er niet mee eens bent en hoe het volgens u moet zijn. Een onafhankelijke commissie zal zich dan over het indicatiebesluit buigen. Wanneer u gelijk krijgt, neemt de ISD Bollenstreek een nieuwe beslissing.
 
Vraag: Cliënten kunnen binnen de AWBZ aanspraak maken op een persoonsgebonden budget (PGB) in plaats van hulp bij het huishouden in natura. Blijft dat onder de Wmo ook mogelijk?
Antwoord: Ja. In de Wmo wordt aan gemeenten de verplichting opgelegd om de cliënt de keuze te laten tussen voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget. Met een persoonsgebonden budget kan een cliënt zelf hulp bij het huishouden inkopen. Overigens geldt deze verplichting voor de mogelijkheid van een PGB voor alle individuele voorzieningen onder de Wmo, dus ook voor de voormalige WVG voorzieningen. Voor collectieve voorzieningen zoals het collectief vervoer geldt niet de plicht om een PGB te verstrekken.
 
Vraag: In de Wmo geldt voor gemeenten een zogenaamde compensatieplicht. Wat houdt dit in?
Antwoord: De compensatieplicht is de opdracht aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie. Het moet voor de cliënt mogelijk gemaakt worden een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en sociale verbanden aan te gaan met medemensen. Deze voorzieningen kunnen bijvoorbeeld hulp bij het huishouden of een rolstoel zijn.
 
Vraag: Wat als ik niet tevreden ben over de geleverde zorg?
Antwoord: Elke aanbieder is verplicht een klachtenregeling voor cliënten te hebben. De gemeente wil rapportages hebben over het aantal klachten, de aard van de klachten en de oplossingen van de klachten. De gemeente verricht elk jaar een onderzoek naar de tevredenheid van de cliënten.
 
Vraag: Ik ben mantelzorger. Kan ik ook hulp krijgen?
Antwoord: Bij de gemeente kunt u terecht om voor degene die u verzorgt hulp aan te vragen. Daardoor wordt de zorg voor uzelf mogelijk ook minder zwaar. Daarnaast zijn er verschillende organisaties die hulp en ondersteuning bieden aan mantelzorgers. De gemeente kan u daarover informeren.
 
Staat uw vraag er niet tussen? Kijk voor de antwoorden op nog meer vragen op www.info-wmo.nl
.
Omhoog
Disclaimer|Sitemap|Links|

Adres: Postbus 255, 2160 AG Lisse / Bezoekadres: Hobahostraat 92, 2161 HE Lisse / telefoon (0800) 95 67 000