In 2009 is voor de hulp bij het huishouden het zorgtoewijzingsyssteem ingevoerd. De toewijzing van de zorg voor hulp bij het huishouden is gebaseerd op een aantal criteria: de voorkeur van de klant, de antivoorkeur van de klant, de prijs van de zorgaanbieder en de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek.
Het dagelijks bestuur van de ISD heeft besloten dat de voorkeur van de klant vanaf 1 januari 2010 belangrijker wordt. De voorkeur van de klant speelt vanaf 2010 een belangrijkere rol bij de zorgtoewijzing dan in 2009. De voorkeur van de klant voor één van de zorgaanbieders levert meer punten op dan vorig jaar. Dit betekent dat de voorkeur van de klant en vooral voor mensen die al een hulp hebben in de meeste gevallen wordt toegekend. De anti-voorkeur betekent dat klanten één zorgaanbieder kunnen aangeven, die ze echt niet willen hebben. De anti-voorkeur is zo belangrijk, dat de klant deze zorgaanbieder dan ook niet krijgt.